In de bergen van de Southern Alps (Ka Tiritiri o Te Moana) zijn best wel een aantal gletsjers te vinden, maar de bekendste zijn wel de Fox Glacier en de Franz Josef Glacier. Deze komen vlak bij de westkust uit de bergen, en ze zijn heel makkelijk toegankelijk, omdat ze heel laag pas smelten.
Wij zijn bij Fox Glacier neergestreken na een lange rit vanuit Queenstown. We moesten even snelheid maken, dus we hebben Lake Wanaka vanuit de auto gezien (hoewel de lunch daar wel erg leuk was, met heel hongerige meeuwen, mussen en eenden), zijn we doorgereden over de Haast Pass (waar het ontzettend regende) en Haast zelf (waar het ook regende).
Vandaag was het dus gletsjer-tijd. Vanaf de parkeerplaats is het wel 10 minuten lopen naar het eerste uitzicht op de Fox Glacier. Vervolgens zijn we (ondanks wat waarschuwingsbordjes) nog verder gelopen richting de gletsjer. Hij is hoog! Aan het uiteinde is geen meer, maar alleen een rivier die er midden onder vandaan komt. En het blijft indrukwekkend, zo’n grote hoeveelheid ijs – met een eigen wil. We moesten wat riviertjes oversteken: springen van steen op steen, en goed kijken of je jezelf niet vastloopt. Leuk!
Tussen de middag gingen we iets echt spannends doen: helicopter vliegen! De heli was maar heel klein (zo’n eitje) en had veel ramen, dus veel uitzicht. Joost en ik mochten het eerste stuk voorin zitten (jippie!). Helicopteren is echt
gaaf, vind ik (Joost vindt het vooral spannend). Het lijkt net of je echt vliegt, omdat je zo weinig ‘vliegtuig’ om je heen hebt.
We vlogen eerst over de Fox Glacier, natuurlijk, en toen we boven waren bogen we af richting Mount Tasman en vervolgens Mount Cook! De berg was moeilijk te herkennen vanuit dit gezichtspunt, maar onder ons herkenden we wel de Hooker Glacier, het dorpje van Mount Cook en in de verte Lake Pukaki. Gaaf! En op ooghoogte: Mount Cook zelf. We vlogen er omheen en daarna over de Tasman Glacier en de Mount Cook Range, waar je de dikke lagen sneeuw op de toppen goed kon zien glinsteren. Echt mooi. We landden (ja, echt!) bovenop de Fox Glacier, waar we even uit de heli mochten, om in de diepe sneeuw te staan. En toen via de rechterkant van de gletsjer weer naar beneden. Dan kan je goed in de spleten en gaten kijken die de gletsjer maakt. Wow! En toen stonden we in een keer weer beneden. Jammer… heli vliegen is echt heel gaaf, ik zou het zo weer doen.
We hadden inmiddels wel besloten dat we niet op de gletsjers zouden gaan lopen. Omdat we dat al gedaan hadden in Argentinië, maar ook omdat het behoorlijk druk was op deze ‘kleine’ gletjers (naar Argentijnse begrippen). We zijn wel naar de andere gletsjer gereden, 25 km
verderop. Dit is de Franz Josef Glacier. En ook deze kan je makkelijk benaderen: eerst een stukje door het bos, daarna langs de rivier, die in het midden van het brede rivierbed stroomt. Na wat klauteren kwamen we bij het uiteinde van de gletsjer, die stevig aan het smelten was. Ook hier een hoge laag ijs, en een rivier er onder uit. En hij kraakte! We vonden deze gletsjer van beneden wat mooier dan de Fox Glacier, gewoon omdat je er meer van kan zien als je aan komt lopen: je ziet de ijsrivier zich slingerend bewegen door de vallei. ‘Bewegen’, want erg snel gaat het niet…
Het was een mooi dagje met veel ijs en sneeuw. Echt heel anders dan in Argentinië; hier is het veel kleiner en compacter. Maar als zo’n gletsjer kraakt, dan maakt het niet uit waar je bent… dat geluid is gaaf!