Vandaag hebben we in onze Amerikaanse slee het Noorden van The Big Island ontdekt. We reden door het binnenland naar Waimea, een klein dorpje. Het binnenland is heuvelachtig – en het eerste stuk was kaal en zwart: we reden door uitgestrekte lavavelden. Deze zijn het resultaat van een vulkaanuitbarsting in 1859. Dat hier nog niet veel op groeit, komt omdat dit de lijzijde van het eiland is. De wind (en daarom wolken en regen) staat op de andere kant, waardoor het daar wel mooi groen is. Tussen Waimea en Honoka’a was het dan ook heuvelachtig: hier zagen we koeien grazen en reden we door het bos.
Bij Honoka’a ligt Waipi’o: het uitzichtspunt over een groene vallei en op hoge kliffen aan de andere kant van die vallei. In combinatie met het blauwe zeewater en de witte, woeste golven was dit een erg mooi uitzicht. In de mist konden we zelfs de contouren van Maui ontdekken.
Via Waimea zijn we naar het noordelijkste puntje van het eiland gegaan, naar Hawi. Daar rijd je langs het standbeeld van Koning Kamehameha (ik verzin het niet – hij heet echt zo!). Dat standbeeld is in 1880 in Italië gemaakt, maar het schip waarmee het naar Hawaii kwam, zonk ergens. Later is het standbeeld weer boven water gehaald en nu staat het toch op Hawaii. Even verderop ligt een bijzondere steen. Of eigenlijk een heel gewone steen. Hij ligt langs de weg en is een kleine meter lang en een halve meter hoog. Volgens de verhalen heeft King Kamehameha de steen daar neergelegd. Toen men probeerde de steen te verplaatsen, viel deze van de wagen. Nu vindt men dat de steen een eigen wil heeft en daar wil blijven liggen. Wij vonden dit wel grappig en reden hard door.
Het andere uitzichtspunt keek uit over de Polulu Valley en was zo mogelijk nog mooier dan het uitzicht bij Waipi’o. Een groene vallei, hoge kliffen: schitterend! Daarna zijn we langs de kust teruggereden naar Kailua-Kona. We kwamen langs een tempel die rond 1790 door King Kamehameha gebouwd is, althans, de restanten daarvan. Eerlijk gezegd maakte het niet heel veel indruk op onze door Zuidamerikaanse ruines verwende blik. Maar toch is het best een prestatie om die zware lavastenen op te
bouwen tot een 100 meter lange tempel… Er lag ook nog een tempel onder water in de baai daar: die is voor de god van de haaien. Vanaf een soort troon kon de koning dan goed zien wat de haaien met de offers deden…
Het laatste stuk, bij het vliegveld, was weer zwart van de lava. We konden ergens stoppen en daar zag je duidelijk de rimpels die ontstonden door langzaam stromende lava. In de stenen zitten allemaal ‘gasbelletjes’ en het klinkt heel apart, erg hol. Gelukkig is het hier nu niet meer gevaarlijk!